Onderzoeken & testen
Maand 6 Zwangerschap week 22 t/m week 26
De 22 weken prik
Sinds 2019 geldt het advies van de gezondheidsraad om je als zwangere te laten vaccineren tegen kinkhoest. Deze vaccinatie vindt plaats vanaf 22 weken zwangerschap en dan het liefst zo snel mogelijk. Kinkhoest is een ziekte waartegen kinderen ook gevaccineerd worden in het reguliere vaccinatieprogramma, ze krijgen de eerste vaccinatie hiertegen echter pas wanneer ze een aantal maanden oud zijn. De eerste maanden na de geboorte is je kindje dus niet beschermd tegen kinkhoest. Kinkhoest komt op deze leeftijd weinig voor, maar áls je baby het krijgt, kan hij of zij er wel erg ziek van worden. Om deze reden wordt geadviseerd om je bij 22 weken zwangerschap te laten vaccineren. De antistoffen die jouw lichaam daardoor aanmaakt komen via de placenta ook bij de baby terecht. Op die manier bescherm je je baby ook de eerste maanden na de geboorte tegen kinkhoest. De vaccinatie is veilig voor jullie beiden. Wel kun je je er kortdurend een beetje ziek door voelen. Wanneer je kiest voor deze vaccinatie, hoeft je baby in bijna alle gevallen tijdens het reguliere vaccinatieprogramma een prikje minder te krijgen. Dat is dus zeker een extra voordeel! Wil je de 22 weken prik? Maak dan online een afspraak via de GGD van jouw regio. De vaccinatie is gratis.
OGTT
De letters OGTT staan voor Orale Glucose Tolerantie Test. Het is een test om zwangerschapssuikerziekte (diabetes gravidarum) op te sporen. Zwangere vrouwen krijgen deze test enkel op indicatie. Voorbeelden hiervan zijn wanneer je zelf een hoog BMI hebt, wanneer de baby te snel groeit of bij een teveel aan vruchtwater. De volledige lijst met indicaties is bekend bij je zorgverlener: hij of zij zal de test voor je aanvragen als dat voor jou nodig is. De test wordt meestal uitgevoerd tussen 24 en 28 weken zwangerschap. Soms is het nodig dit eerder of later te doen.
Bij deze test moet je nuchter komen voor bloedafname. Nuchter betekent dat je niets meer gegeten of gedronken mag hebben en niet meer mag hebben gerookt vanaf middernacht (water, thee of zwarte koffie mag wel). Er wordt bloed geprikt: de nuchtere glucose. Daarna krijgt je een suikerdrankje met een vastgestelde hoeveelheid suiker. Soms na één uur en in ieder geval na twee uur wordt opnieuw bloed geprikt. Hierna is de test klaar en mag je weer eten. Het is dus handig om wat te eten mee te brengen voor na afloop.
Omdat exact bekend is hoeveel suiker je hebt binnengekregen, kan er op deze manier gecheckt worden of jouw lichaam deze suikers snel genoeg kan omzetten. Aan de hand van de waarden kan je zorgverlener de diagnose stellen. Is 1 of zijn meerdere waarden te hoog? Dan heb je zwangerschapssuikerziekte. Je zult dan verder begeleid worden door een diëtiste, diabetes verpleegkundige en/ of internist. Of de verloskundige zorg overgenomen wordt door het ziekenhuis, wisselt per regio in Nederland. Je glucose zal de rest van je zwangerschap nauwgezet opgevolgd worden. Vaak lukt het om de waarden binnen de grenzen te houden door op je voeding te letten. Een diëtiste kan je leren hoe je je suikers uit je voeding zo goed mogelijk kan verdelen over de dag. Ook leer je welke producten voor hoge pieken in je suikerspiegel zorgen (en dit zijn niet altijd de dingen waar je zelf bij stilstaat, zoals een vruchtensapje). Is aanpassing van voeding niet voldoende, dan zul je medicatie moeten gaan gebruiken. De groei van de baby zal goed in de gaten worden gehouden, omdat de kans op een groter kindje verhoogd is bij vrouwen met zwangerschapssuikerziekte. Het kan nodig zijn de bevalling eerder in te leiden.
De OGTT wordt alleen uitgevoerd op indicatie en wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
Het CTG
De letters CTG staan voor cardiotocogram. In de volksmond wordt een CTG ook wel een hartfilmpje van de baby genoemd. Met behulp van elastieken banden worden er twee doppen -ook wel transducers- op je buik geplaatst. Eén om de hartslag van de baby (cardio) te registreren en één om de druk van je baarmoeder (toco) te meten. Dit wordt zichtbaar op een scherm. Op deze manier kan de verloskundige of arts zien of je buik samentrekt en hoe de hartslag van de baby is. Het is een hulpmiddel om de conditie van je baby te kunnen inschatten en te zien hoe hij of zij op eventuele weeën reageert.
Een CTG kan worden gemaakt vanaf 24 à 26 weken zwangerschap. Vóór deze tijd is de baby nog niet levensvatbaar. Dat wil zeggen dat er bij twijfel aan de conditie van de baby niks kan worden gedaan. Een CTG maken vóór 24-26 weken heeft daarom geen zin.
Uit de dop om de hartslag mee te registreren komt ultrasound. Alle apparatuur voldoet aan strenge veiligheidseisen en dit is dus volledig veilig voor je kindje; ook bij langdurig gebruik. Wanneer het hartje van de baby zich ergens in de waaier van ultrasound (zie afbeelding) bevindt, dan kan de hartslag worden geregistreerd. Er zijn verschillende redenen waardoor de registratie lastig kan zijn, zoals:
- Wanneer je eigen bloedvaten vlakbij de transducer liggen en dit signaal ook wordt opgepikt.
- Als de baby beweeglijk is. Als de baby van de transducer wegdraait, dan is er signaalverlies.
- Wanneer de moeder overgewicht heeft.
- Als de moeder beweegt kan dit de registratie bemoeilijken. Daarom kan het tijdens de bevalling bijvoorbeeld soms lastig zijn om het CTG te registreren, wanneer de moeder graag wil bewegen om de weeën op te vangen.
- Als er onvoldoende gel op de transducer zit. Deze gel is nodig voor de geleiding. Wanneer je bijvoorbeeld gaat douchen met het CTG om, dan kan de gel wegspoelen.
Tijdens je zwangerschap kunnen er verschillende redenen zijn om een CTG te maken. Bijvoorbeeld als je de baby niet goed voelt bewegen of wanneer je bloedverlies hebt. Ook tijdens de bevalling kunnen er redenen zijn om met tussenpozen of continu een CTG te maken. Veel voorkomende redenen zijn bijvoorbeeld wanneer je kindje in het vruchtwater heeft gepoept, als de baby klein is, of wanneer je wee-opwekkers krijgt via een infuus. Tijdens de bevalling, nadat de vliezen zijn gebroken, kan de band om de hartslag te registreren ook vervangen worden door een inwendige electrode. Dit heet een schedelelektrode. Er wordt een klein spiraaltje in de hoofdhuid van de baby gedraaid. Dit wordt alleen op indicatie gedaan. Bijvoorbeeld wanneer uitwendige registratie niet lukt en er wel een reden is de baby te monitoren. Op deze manier kan de hartslag van de baby goed in de gaten worden gehouden. Er is dan geen signaalverlies meer, zelfs niet wanneer moeder of baby bewegen of moeder graag in de douche of in bad wil. Het voelt een beetje zielig voor die kleine, maar bedenk je dat het ook echt vervelend kan zijn als je baby in de problemen komt en dit niet op tijd kan worden opgemerkt. De electrode is beveiligd en kan dus niet te diep worden gedraaid. Het is niet gevaarlijk voor de baby.
Het juist interpreteren van een CTG is ingewikkeld en vergt veel scholing en training. Laat dit dus vooral aan je zorgverlener in het ziekenhuis over. Stel gerust vragen! Je hulpverlener zal je altijd kunnen onderbouwen waarom hij of zij zich wel of geen zorgen maakt.
Een CTG wordt alleen gemaakt op indicatie en wordt dan ook volledig vergoed door je zorgverzekeraar.