Onderzoeken & testen

Maand 7 Zwangerschap week 27 t/m week 30

Bloedonderzoek naar de Rhesus factor

Aan het begin van de zwangerschap is jouw bloedgroep getest. Onderdelen hiervan zijn de Rhesus-D factor en de Rhesus-c factor. Wanneer een van beide of beide factoren negatief (niet aanwezig) zijn, dan volgt een nieuw bloedonderzoek bij 27 weken. Er wordt gekeken of jouw lichaam antistoffen heeft aangemaakt tegen Rhesus-D of -c. Daarnaast wordt het bloedtype van je kindje bepaald. We nemen het nog even door.

Rhesus-D

Wanneer jouw bloedgroep Rhesus-D positief is dan hoef je niks! Is jouw bloedgroep Rhesus-D negatief, dan is vervolgonderzoek nodig. ‘Negatief’ betekent namelijk dat jouw cellen géén Rhesus-D factor hebben. Via jouw bloed wordt getest of jouw kindje net als jij Rhesus-D negatief is, of juist Rhesus-D positief. In het laatste geval zijn jullie bloedtypes dus verschillend van elkaar. Wanneer er een beetje bloed van je kindje in jouw bloedbaan komt dan ziet jouw lichaam dat als ‘lichaamsvreemd’. Jouw lijf wil dan die vreemde cellen afbreken en gaat daarvoor antistoffen aanmaken tegen dat ‘vreemde bloed’.

De kans dat er bloed van de baby in jouw bloedbaan komt is maar klein. Als het al gebeurt, dan is dat meestal tijdens de bevalling. En dan nog is er tijd nodig voor jouw lichaam om zulke antistoffen aan te gaan maken. Als dat eenmaal zover is, is de baby vaak al geboren. Het voornaamste is dat zulke antistoffen nooit meer uit je lichaam verdwijnen, dus voor een eventueel vólgende zwangerschap is het des te belangrijker. Als de baby van je volgende zwangerschap ook weer een positieve Rhesus-D factor heeft, dan zal jouw lichaam bij bloeduitwisseling meteen paraat staan met antistoffen en het bloed van dat kindje gaan afbreken. Hierdoor kan de baby bloedarmoede krijgen.

Het mooiste komt nu: het is mogelijk om je, door middel van een injectie, antistoffen te laten toedienen. De zogenaamde anti-D injectie. Hierdoor houd je je lichaam als het ware voor de gek. Omdat je dan antistoffen toegediend krijgt, zal je lichaam ze niet zelf gaan aanmaken. Die toegediende antistoffen zijn veilig voor jou en de baby. Bovendien verdwijnen ze vanzelf weer uit je lichaam. Met zo’n prik ben je helemaal beschermd. Je krijgt een prik bij 30 weken die genoeg is voor de hele zwangerschap. Een 2e prik krijg je na je bevalling, voor de periode erna. Tot slot kun je een extra injectie nodig hebben in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld na een val of een ingreep.

Samenvattend: het risico op problemen als je niks doet is zeer klein. Maar om dat kleine risico niet te nemen krijg je uit voorzorg een injectie met antistoffen (anti-D). Deze doen geen kwaad voor jou of je kindje én voorkomen dat jouw lichaam zelf antistoffen zal aanmaken. Ze verdwijnen vanzelf weer.

In een eventueel volgende zwangerschap begin je dan dus gewoon weer opnieuw. Ook dan wordt het bloed van je kleintje weer getest. Is dit hetzelfde als dat van jou dan hoef je niks. Is die baby dan ook weer positief (net als in deze zwangerschap) dan krijg je opnieuw anti-D injecties.

Rhesus-c

Wanneer je rhesus-c negatief bent (je hebt dan géén factor c in je bloed), dan kan je lichaam antistoffen maken tegen het bloed van je kindje, wanneer hij of zij wél deze factor c heeft. Dit kan gebeuren bij bloeduitwisseling, zoals uitgelegd bij Rhesus-D. Een injectie zoals bij Rhesus-D bestaat niet. Er wordt daarom gecontroleerd of je lichaam Rhesus-c antistoffen aanmaakt. Indien dat het geval is zal aanvullend onderzoek volgen. Het komt maar zéér weinig voor dat zwangere vrouwen anti-c antistoffen aanmaken.

Deze bloedonderzoeken worden vergoed door de verzekeraar.

Bloedonderzoek naar ijzergehalte

Rond de 28–32 weken zwangerschap wordt vaak opnieuw bloedonderzoek gedaan naar je ijzergehalte. Hierbij worden het hemoglobine (Hb) en vaak ook het ferritine gemeten. Deze waarden geven informatie over het ijzergehalte in het lichaam.

Wat betekent Hb?
Hemoglobine is een eiwit in de rode bloedcellen dat zuurstof door het lichaam vervoert. Tijdens de zwangerschap neemt de hoeveelheid bloed in het lichaam toe, waardoor het Hb-gehalte soms wat lager wordt. Als het Hb te laag is, kan er sprake zijn van bloedarmoede (anemie). Dit kan klachten geven zoals vermoeidheid, duizeligheid of kortademigheid.

Wat betekent ferritine?
Ferritine laat zien hoeveel ijzer er in het lichaam is opgeslagen. Zelfs wanneer het Hb nog normaal is, kan de ijzervoorraad al laag zijn. Door ook ferritine te meten, kan tijdig worden vastgesteld of extra ijzer nodig is.

Waarom wordt dit rond 28-32 weken gecontroleerd?
In de laatste maanden van de zwangerschap groeit de baby snel en is er extra ijzer nodig. Ook is het belangrijk dat de moeder voldoende ijzerreserves heeft voor de bevalling en de periode daarna. Door de waarden rond 28-32 weken te controleren, kan zo nodig op tijd gestart worden met voedingsadviezen of ijzersupplementen.

Wat gebeurt er bij afwijkende waarden?
Wanneer het Hb of ferritine te laag is, bespreekt de verloskundige of arts mogelijke oorzaken en behandeling. Vaak bestaat dit uit voedingsadvies (bijvoorbeeld ijzerrijke voeding) en soms uit ijzertabletten of een andere vorm van ijzerbehandeling zoals een infuus.

Heb je vragen over de uitslag of klachten die kunnen passen bij bloedarmoede, bespreek dit dan gerust met je verloskundige of arts. Samen kan worden bekeken wat in jullie situatie het beste is.

Echo onderzoeken

Na de 20 weken echo wordt de groei van de baby in de meeste praktijken en ziekenhuizen nogmaals opgemeten rond 32 weken zwangerschap. We noemen deze groeiecho ook wel de biometrie. Er kunnen ook redenen zijn om de groei vaker op te meten. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de groei van de baarmoeder bij uitwendig voelen door de hulpverlener achter, of juist voor lijkt te lopen. Ook wanneer de groei van de baarmoeder uitwendig niet goed te beoordelen is, dan wordt de groei door middel van echo’s gecontroleerd, bijvoorbeeld bij tweelingzwangerschappen of bij vrouwen met een hoog BMI (overgewicht). Daarnaast kan het zijn dat je kindje een verhoogd risico heeft op een te grote of een te kleine groei, waarvoor groeiecho’s zullen worden ingepland. Hierbij kan je bijvoorbeeld denken bij moeders met (zwangerschaps)diabetes (dan zie je vaak een grotere baby) of bij moeders met een te hoge bloeddruk (dan zie je juist vaker een kleinere baby). Heb je al eens eerder een kind gekregen dat erg klein of juist erg groot was? Ook dan zal de groei van deze baby worden gevolgd door groeiecho’s te maken. Daarnaast kan een groeiecho op indicatie gemaakt worden, omdat je met bepaalde klachten komt, bijvoorbeeld als je de baby niet goed voelt bewegen. Je hulpverlener weet alle redenen voor een groeiecho en zal dit met je bespreken wanneer dit bij jou het geval is. Soms worden groeiecho’s zelfs iedere twee weken herhaald. Dit gebeurt met name bij kindjes die achterlopen in groei.

Wat wordt er gemeten?
Om de groei van de baby te beoordelen worden vier metingen gedaan. Allereerst de omtrek van het hoofdje, alsof er een meetlintje omheen wordt gelegd. De tweede meting is de doorsnede van het hoofdje. Als derde wordt de omtrek van het buikje gemeten. Tot slot de lengte van het botje uit het bovenbeen. Met deze metingen maakt de computer vervolgens een berekening over het geschatte gewicht van de baby. Het is belangrijk om te weten dat echoscopie niet bijzonder nauwkeurig en betrouwbaar is. Het is wel het meest betrouwbare middel dat we hebben om groei te kunnen voorspellen, maar er geldt nog steeds een foutmarge tot soms wel 20 procent.

Resultaten interpreteren
De uitslagen van een groeiecho worden uitgedrukt in zogenaamde p-waarden. Maar wat betekent dat nou eigenlijk? De p staat voor percentiel. Als het geschatte gewicht van je baby op p10 ligt, dan betekent dit dat 10% van de baby’s kleiner is en 90% van de baby’s groter is dan jouw baby bij dezelfde zwangerschapsduur. Er zijn veel onderlinge verschillen en het is goed je te realiseren dat er veel variaties zijn van ‘normaal’. Stel je maar eens voor dat je 100 kinderen van precies 5 jaar oud op een rij zet. Ze zullen niet allemaal precies even groot zijn: deze variatie is normaal. Wanneer je ze op volgorde zet van klein naar groot, dan is de middelste p50: 50% van de leeftijdsgenoten is kleiner en 50% is groter. In de baarmoeder geldt dit op dezelfde manier. Variatie is normaal. Wanneer de baby klein (kleiner dan p10) of groot (groter dan p90) lijkt te zijn wordt de groeiecho herhaald. Ook gebeurt dit wanneer de groei zogezegd ‘afbuigt’. Hiermee wordt bedoeld dat het kindje eerder in de zwangerschap bijvoorbeeld bovengemiddeld groeide (bijvoorbeeld p80) en nu juist ondergemiddeld (bijvoorbeeld p20). De waarden liggen dan weliswaar binnen de normale variatie, maar de baby is dan minder snel gegroeid dan je zou verwachten. Door echo’s te herhalen wordt de beste indruk gekregen van de groei en of er aanvullende controles nodig zijn.

Beoordeling doppler en vruchtwater

Bij een kleine groep kindjes is het nodig ook de doorbloeding van verschillende bloedvaten te meten. We noemen dit een doppleronderzoek en ook deze metingen gebeuren met behulp van een echo. Het meten van de doppler wordt met name gedaan bij kleine kindjes. Door de doorbloeding van de verschillende vaten te meten, krijgt de gynaecoloog meer duidelijkheid over de conditie van de baby op dat moment.

Tot slot wordt er bij deze echo’s ook gekeken naar de hoeveelheid vruchtwater. Vruchtwater laat zich natuurlijk wel wat lastig meten, omdat het steeds in beweging is en geen vaste, meetbare vorm heeft. Toch geeft deze beoordeling een indicatie of de hoeveelheid vruchtwater weinig, gemiddeld of veel is. Weinig of juist veel vruchtwater kúnnen een aanwijzing zijn van problemen in de zwangerschap. Voorbeelden hiervan zijn een verminderde functie van de placenta (je ziet dan vaak weinig vruchtwater) of suikerziekte bij de moeder (je ziet dan vaak juist veel vruchtwater). Waar nodig zal aanvullend onderzoek worden ingezet.

Als je reden hebt voor extra echo’s, worden deze vergoed door je zorgverzekeraar. Zonder indicatie kan je kiezen voor een zogenaamde pretecho, welke je op eigen kosten kan laten maken.

Weten welke onderzoeken en testen je in de volgende periode kunt verwachten?

Ga naar de volgende maand