Onderzoeken & testen
Maand 2 Zwangerschap week 4 t/m week 8
Vitaliteitsecho
De eerste echo wordt meestal rond 8 weken zwangerschap gemaakt. Heel soms wordt het al eerder ingepland, of blijk je bij de echo minder ver zwanger te zijn. Waarschijnlijk word je dan gevraagd om nog eens terug te komen bij de termijn van 8 weken, omdat onderstaande punten dan met meer zekerheid kunnen worden beoordeeld:
- Bevindt de zwangerschap zich op de juiste plek in de baarmoeder? Soms kun je een positieve zwangerschapstest hebben, maar bevindt deze zwangerschap zich niet op de juiste plek. We noemen dit een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Helaas heeft deze zwangerschap geen kans van slagen. Je zult dan worden verwezen naar een gynaecoloog.
- Klopt het hartje? Wanneer je deze echo bij 8 weken krijgt, zou het hartje moeten kloppen. Is dit niet het geval, dan zal deze zwangerschap eindigen in een miskraam. Of je bent toch minder ver zwanger dan je dacht? Wat ontzettend fijn als je het hartje hebt kunnen zien kloppen! De kans op een miskraam is er weliswaar nog, maar is gelukkig vele malen kleiner geworden.
- Is het een eenling of een meerling? Na deze echo kun je zeggen van hoeveel kindjes je in verwachting bent.
- Daarnaast wordt bekeken of er bijzonderheden zichtbaar zijn in of rondom de baarmoeder. Het wisselt per vrouw of deze echo inwendig, via de vagina, of uitwendig, via de buik wordt gemaakt. Dit hangt onder andere af van je zwangerschapsduur, maar ook van je gewicht. Wanneer je zwaarder bent is het nu vaak nog niet mogelijk om via de buik goed beeld te verkrijgen, maar dit komt dan een volgende keer. Via een inwendige echo kan de baarmoeder prima in beeld worden gebracht.
Deze echo wordt vanuit de basisverzekering vergoed door je zorgverzekeraar.
Bloedonderzoek
Vroeg in je zwangerschap zul je een formulier mee krijgen om bloed te laten prikken. Meestal krijg je dit tijdens de eerste controleafspraak (maar altijd vóór de 13e week). In dit bloed worden een aantal belangrijke dingen bepaald die van invloed kunnen zijn op je zwangerschap of op de gezondheid van de baby. Dit onderzoek wordt vergoed door je zorgverzekeraar.
- Hb (hemoglobine): je ijzergehalte wordt geprikt. Het is belangrijk dat je ijzergehalte goed is in je zwangerschap. Als je ijzergehalte te laag is, dan noemen we dit bloedarmoede. Hier kan iets aan gedaan worden door voeding, voedingssupplementen of medicatie. Een enkele keer is bij een laag ijzergehalte aanvullend onderzoek nodig, om te kijken of er een onderliggende oorzaak is.
- Bloedgroep: het kan dat je tijdens de bevalling te veel bloed verliest en bloed moet krijgen via een infuus. In dat geval moet bekend zijn welke bloedgroep je hebt, zodat je gelijk het juiste bloed kunt krijgen. Het gaat om de bloedgroepen A, B, AB en O. Ook voor een eventuele ingreep op de operatiekamer is het uit voorzorg nodig dit te weten. Aangezien je niet altijd kan voorspellen of en wanneer een operatie nodig zal zijn, is het belangrijk om deze informatie al uit voorzorg te verzamelen.
- Rhesus-D: een onderdeel van je bloedgroep is je Rhesusfactor. Wanneer je als moeder Rhesus-D negatief bent, dan wil dat zeggen dat je géén Rhesus van het type D in je bloed hebt. Wanneer je baby dit wél heeft (en dus Rhesus-D positief is), kan je als moeder antistoffen aanmaken tegen het bloed van je kindje. Dit komt omdat jouw lichaam de Rhesus-D factor als ‘lichaamsvreemd’ ziet en de afweer wordt geactiveerd. Dit kan enkel gebeuren wanneer er een beetje bloed van de baby in de bloedbaan van moeder terecht komt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een val of botsing, maar ook tijdens de bevalling. Het duurt enige tijd voordat het lichaam van de moeder deze antistoffen heeft aangemaakt en veelal zie je dat de baby van deze zwangerschap er dus geen last van heeft, zeker wanneer het pas aan het einde van de zwangerschap of tijdens de bevalling is ontstaan. Maar, als je lichaam eenmaal antistoffen heeft gemaakt dan verdwijnen ze nooit meer. Bij een volgende zwangerschap kan dit daardoor problemen opleveren. De baby kan hierdoor bloedarmoede krijgen. Het is daarom dat bij elke zwangere vrouw de Rhesusfactor zal worden bepaald. Heb jij een negatieve Rhesus-D factor dan zal over een poosje (bij een zwangerschapsduur van 27 weken) ook het bloedtype van je kindje worden bepaald. Is deze dan positief, dan krijg je uit voorzorg wat antistoffen toegediend met een prik. Dit is onschuldig en voorkomt dat je lichaam zelf deze antistoffen zal aanmaken. De antistoffen uit deze prik verdwijnen na enkele weken weer vanzelf uit je lichaam. Je krijgt de prik zo nodig tijdens de zwangerschap en net na de bevalling. Op indicatie (zoals bij een val of botsing) krijg je er een extra.
- Rhesus-c. Naast de Rhesus-D factor, wordt ook de Rhesus-c factor bepaald. Rhesus-c negatieve vrouwen kunnen antistoffen aanmaken tegen het bloed van de baby, als de baby Rhesus-c positief is. Bij vrouwen met een negatieve Rhesus-c factor wordt dan ook in week 27 van de zwangerschap extra bloedonderzoek gedaan.
- Syfilis/ lues: syfilis is een geslachtsziekte (SOA) die gevaarlijk kan zijn voor je ongeboren baby. Daarom willen we van alle zwangere vrouwen weten of zij deze ziekte hebben, zodat ze snel en adequaat behandeld kunnen worden.
- Hepatitis B: wanneer je drager bent van het hepatitis B-virus, kun je dit virus tijdens de geboorte overdragen op je kind. Je kind zal heel kort na de bevalling een injectie moeten krijgen en meerdere prikken zullen volgen. Niet iedereen met hepatitis B heeft klachten. Om deze reden willen we het bloed van alle zwangere vrouwen controleren op deze ziekte.
- HIV/ Aids: HIV is het virus dat aids veroorzaakt. Wanneer je besmet bent, kun je je kindje ook besmetten tijdens de zwangerschap, bevalling of borstvoeding. De kans hierop kan sterk worden verminderd door medicatie te gebruiken. Daarom willen we van alle zwangeren weten of zij HIV positief zijn.
Overig
Bovenstaande bepalingen worden bij iedere zwangere in Nederland uitgevoerd. Het wisselt per regio of er nog onderzoeken aan toegevoegd worden, zoals bijvoorbeeld de bloedsuiker en het eiwitgehalte in de urine.