To do or not to do

Preventie infectieziekten

Moet ik extra alert zijn op infectieziekten?

Ja! Als je zwanger bent kan je -net zoals altijd- te maken krijgen met infectieziekten. In de zwangerschap zijn de gevolgen soms anders en kan het dus extra opletten geblazen zijn. We nemen de volgende infectieziekten met je door die relevant kunnen zijn tijdens je zwangerschap: kinkhoest, cytomegalovirus(CMV), waterpokken (varicellazostervirus), listeria en toxoplasmose. Hierbij bespreken we ook welke voorzorgsmaatregelen je zou kunnen nemen. Voor meer informatie over andere, (nog) minder vaak voorkomende infectieziekten, verwijzen we je naar de site van het RIVM.

Kinkhoest

Het is een vervelende ziekte, waarbij je langdurig veel moet hoesten. Mensen kunnen elkaar besmetten via het hoesten. Voor een baby onder de 2 maanden kan een kinkhoest besmetting behalve vervelend ook gevaarlijk zijn. De eerste vaccinatie bij je kindje via het consultatiebureau komt echter pas als je kindje 2 maanden oud is. Zoals je misschien al op de ‘checklist‘ en bij ‘onderzoeken & testen‘ hebt gezien, bestaat de mogelijkheid om je bij 22 weken zwangerschap te laten vaccineren tegen kinkhoest. Hiermee geef je via de placenta al bescherming mee aan je baby voor die eerste maanden na de geboorte. Ook vervalt hierdoor de eerste vaccinatie als je baby 2 maanden oud is. Extra bescherming én een prik minder voor je kindje dus!

Het cytomegalovirus (CMV)

Dit is een virus dat veel voor komt. Het is een virus uit de herpesfamilie en zit voornamelijk in speeksel en urine van kleine kinderen. 50% tot 80% van de volwassenen heeft gedurende hun leven al eens het CMV opgelopen. Een CMV infectie is voor de meeste mensen en kinderen ongevaarlijk en gaat vaak ook ongemerkt weer over. Als je echter tijdens de zwangerschap voor het eerst in je leven in aanraking komt met CMV (die kans is minder dan 1%), kan het virus worden overgedragen op de baby. Van dit kleine groepje baby’s zijn er maar enkele die hierdoor aangeboren afwijkingen zullen krijgen. De kans is dus gelukkig bijzonder klein. Omdat het virus voornamelijk wordt verspreid via speeksel en urine van kleine kinderen zijn de voorzorgsmaatregel ook daarop gericht: streef naar goede hygiëne en het vermijden van contact met lichaamsvocht. Kinderspeelgoed met lichaamsvocht? Maak lekker schoon en was nadien je handen. Je andere kinderen voorzien van een schone luier of helpen op het toilet? Je voelt hem al aankomen: was nadien goed je handen. Verder is het beter om niet uit dezelfde beker te drinken en niet van hetzelfde bestek te eten als je andere kinderen.

Waterpokken

De waterpokken, ook wel besmetting met het varicellazostervirus. Verreweg de meeste zwangere vrouwen hebben al eens de waterpokken gehad. 95% van de mensen krijgt dit namelijk al voordat ze 5 jaar oud zijn en tegen volwassen leeftijd heeft 96-99% het gehad. Heb je eenmaal een infectie doorgemaakt, dan heb je antistoffen aangemaakt die je je leven lang blijven beschermen tegen een nieuwe infectie; mooi hè? Voorzorgsmaatregelen zijn daarom alléén nodig voor die enkele vrouwen die nog nooit waterpokken hebben gehad. Wanneer je tijdens de zwangerschap je eerste besmetting doormaakt, dan loop je als zwangere voornamelijk meer risico op een longontsteking. Ook andere ontstekingen in het lichaam komen voor, maar gelukkig maar heel zelden. De kans dat je baby ook besmet raakt is 8 tot 12%. Risico’s voor de baby bestaan dan uit vroeggeboorte en het ontstaan van het varicella syndroom. Wanneer je als zwangere je eerste besmetting krijgt net voordat de baby geboren wordt, dan zijn de risico’s voor je baby het grootst. Het virus kan namelijk via de placenta bij de baby komen. Hierna ga je als moeder antistoffen tegen het virus aanmaken, die op hun beurt ook weer via de placenta naar de baby kunnen gaan. Maar wanneer de baby eerder geboren wordt dan dat de moeder deze antistoffen heeft kunnen aanmaken, dan wordt de baby geboren mét besmetting en zónder bescherming. Het is daarom belangrijk dat er contact wordt opgenomen met het consultatiebureau of het RIVM, wanneer je als moeder een waterpokkeninfectie hebt, met de eerste ziektedag (= verschijnen van waterpokkenblaasjes) 7 dagen vóór tot 7 dagen ná de bevalling. Je baby kan dan namelijk antistoffen krijgen toegediend en moet extra in de gaten worden gehouden. Als laatste bespreken we nog de situatie waarbij je kindje voor het eerst in aanraking komt met het virus nadat hij/zij al geboren is. De risico’s zijn dan gelukkig mild. En zéker wanneer de moeder bij de 96-99% van de vrouwen hoort die al eens een besmetting hadden doorgemaakt. Dan heeft de baby namelijk die antistoffen van moeder meegekregen die nog actief blijven tijdens de kraamtijd.

Listeriabesmetting

In rauw voedsel kan de Listeria bacterie voorkomen. Als zwangere is je afweer verminderd en hierdoor kan je vatbaarder zijn voor deze bacterie. Toch komt het gelukkig weinig voor. In Nederland krijgt het RIVM jaarlijks gemiddeld 5 meldingen van listeriabesmettingen bij zwangere vrouwen. Het is desondanks goed om hierbij stil te staan, want wanneer je als zwangere te maken krijgt met listeriose heb je een verhoogde kans op complicaties, met name wanneer je het krijgt in het laatste trimester van je zwangerschap. De bacterie kan via de placenta ook bij het ongeboren kind terechtkomen en daar voor besmetting zorgen, terwijl de weerstand van de ongeboren baby nog erg laag is. Het kan daarnaast leiden tot vroeggeboorte of (wanneer het optreedt in de vroege zwangerschap) tot een miskraam. Klachten die je als zwangere vrouw kan krijgen bij een besmetting met de Listeria bacterie zijn hoge koorts en ook hoofd-, rug-, spier- en gewrichtspijn. Wanneer er een besmetting is vastgesteld krijg je langdurige antibiotica. Uit voorzorg antibiotica gebruiken is niet zinvol om een besmetting te voorkomen. Wat staat je dan te doen om listeriose te voorkomen?

    • Was rauwe groenten altijd goed voor gebruik
    • Vermijd rauwmelkse kazen (ook wel au lait cru)
    • Bak vlees en vis goed door
    • Houd rauwe etenswaren gescheiden van klaargemaakt voedsel
    • Bewaar restjes niet te lang
    • Bewaar eten niet langer dan de uiterste datum
    • Bewaar eten op de juiste temperatuur

Toxoplasmose

Dit is een infectieziekte, die je kan krijgen van de eencellige parasiet Toxoplasmose gondii. Dat maakt het meteen ook lastig, want zo’n parasiet zie je natuurlijk niet met het blote oog. Hij komt voornamelijk voor in de darmwand van katten en legt daar vele eitjes. Deze eitjes komen terecht in de uitwerpselen van de katten en verspreiden zich op die manier. Je kan deze parasiet daardoor tegenkomen in de kattenbak, maar ook in besmette grond. Zonder handschoenen kan je de parasiet daardoor aan je handen krijgen en onopgemerkt in je mond of via je voedsel binnenkrijgen. Ook het eten van groenten en fruit van besmette grond kan hiervoor zorgen, wanneer deze niet goed gewassen is. Naast de mens, kunnen vrijwel alle diersoorten besmet raken. Deparasiet kan dus ook voorkomen in rauw of onvoldoende gaar vlees.Wist je dat je maar één keer een toxoplasmose infectie door kan maken? Zodra je deze infectie hebt gehad, heeft je lichaam hiervoor antistoffen aangemaakt, waardoor je het niet nog eens zult krijgen. Best veel mensen (pakweg 40% van de bevolking) krijgen deze immuniteit tijdens hun leven. Maar, de eerste infectie treedt het vaakst op tussen het 25e en 44e levensjaar. De kans dat je als zwangere nog géén toxoplasmose infectie hebt doorgemaakt is dus reëel. Daarom adviseren we elke zwangere vrouw voorzichtigheid, zodat een eerste infectie tijdens de zwangerschap kan worden voorkomen. Waarom dit nou zo belangrijk is? Wij als volwassenen hebben een goed afweersysteem en zullen daarom weinig tot geen last hebben van de infectie. Eventuele tekenen van infectie zijn weinig specifiek: moeheid, lusteloosheid, soms wat koorts. Ongeboren baby’s daarentegen hebben nog weinig afweer. Zij kunnen via de placenta geïnfecteerd raken. De risico’s voor de baby zijn het grootst vroeg in de zwangerschap. Er bestaat dan een reëel risico op een miskraam of op het overlijden van het kindje. Gelukkig is de kans dat de baby besmet raakt juist in het begin van de zwangerschap klein en dit neemt toe naarmate de zwangerschap vordert. Besmetting later in de zwangerschap geeft met name een verhoogd risico of neurologische problemen (zoals ontwikkelingsstoornissen of oogafwijkingen (zoals blindheid).Kortom, verklein je kans op infectie door deze voorzorgsmaatregelen:

  • Werk niet (zonder handschoenen) in de aarde
  • Verschoon geen kattenbak. Moet je dit toch zelf doen, zorg dan voor beschermende handschoentjes en was je handen nadien goed. Verschoon de kattenbak dagelijks, zodat de eitjes zo veel mogelijk al weg zijn, nog voordat ze uitkomen.
  • Eet geen (half)rauw vlees
  • Was groenten en fruit goed, voordat je ze eet
  • Streef algemeen naar een goede (hand)hygiëne