Alles over moeder
Minder leven voelen
Weetjes
- Bij een eerste zwangerschap voel je je kindje vaak voor het eerst bewegen rond de 20 à 24 weken.
- Bij een volgende zwangerschap is dit vaak al eerder. Soms al wel rond de 16 à 18 weken zwangerschapsduur. Dit komt doordat je het dan eerder herkent.
- De eerste bewegingen worden door vrouwen verschillend omschreven: plopjes, luchtbelletjes, zoals rommelende darmen maar toch weer anders. Je herkent op den duur wat de bewegingen zijn van jouw kindje.
- Wanneer je je baby voor het eerst voelt bewegen betekent dit niet dat je de bewegingen meteen elke dag zult voelen. Hierover hoef je je geen zorgen te maken. De kracht van de bewegingen wisselt en of je de baby goed voelt hangt daarnaast af van de ligging van de baby en die kan dan nog erg wisselen.
- Ook de ligging van de placenta maakt hierbij verschil. Wanneer de placenta aan de voorkant van je baarmoeder ligt dempt dit het gevoel van de bewegingen. Het is als het ware een extra kussentje. Vrouwen met de placenta aan de voorkant voelen hun kindje hierdoor meestal wat later bewegen.
- Vanaf ongeveer 28 weken worden de bewegingen krachtiger. Vanaf dan hoor je de baby dan ook dagelijks te voelen bewegen. De bewegingen zijn dan ook uitwendig voelbaar.
- Vanaf die periode krijgt je baby ook een slaap-waakritme. Hierbij wisselen diepe slaap en droomslaap zich af. Tijdens de diepe slaap beweegt je baby nauwelijks. Tijdens de droomslaap zijn er wel regelmatige bewegingen. Tussendoor is er af en toe een actieve fase, waarbij de baby echt wakker is. Op dat moment zal je je baby flink veel voelen bewegen.
- Wanneer je kindje de hik heeft kan je dit voelen als ritmische kleine bewegingen.
- Rond 32 weken zwangerschap beweegt de baby het meest. In de laatste weken nemen de bewegingen wat af in kracht. Ook nemen dan de rustpauzes tussen de actieve periodes toe. Dit is normaal.
- Hoeveel je je baby dagelijks voelt bewegen verschilt per zwangerschap. Het is daarom belangrijk dat je (vanaf ongeveer 28 weken) het ritme van jouw kind leert herkennen; dit is je referentie. Laat je niet gek maken door mensen om je heen die gewend zijn hun kindje veel meer te voelen bewegen. Geen kind is hetzelfde. Vergelijk niet met anderen en niet met eventuele eerdere zwangerschappen, maar beoordeel wat voor jou en dit kindje normaal is.
- Wanneer het kindje minder beweegt dan jij gewend bent is dit aanleiding voor extra controle.
Oorzaak
Het voelen van minder kindsbewegingen kan verschillende oorzaken hebben. Meestal is het een momentopname en blijkt er niks aan de hand. Toch kan je deze conclusie pas trekken nadat andere mogelijke oorzaken zijn uitgesloten. Hieronder enkele oorzaken waarbij je je baby minder kan voelen bewegen:
- De placenta ligt aan de voorzijde. Met name tijdens de eerste weken van het leven voelen kan dit het voelen van bewegingen beperken. Uiteindelijk beweegt de baby krachtig genoeg om je de bewegingen te laten voelen. Toch kan het zijn dat je de bewegingen minder voelt, wanneer de baby met de voetjes naar de placenta gedraaid is, terwijl hij of zij daarvoor aan de andere kant lag met de voetjes. Wanneer de baby weer van positie verandert, zal het leven voelen weer toenemen. Je verwacht hierbij dus niet dat dit de hele dag duurt.
- De meest acute oorzaak: de baby kan minder zijn gaan bewegen omdat hij of zij niet in goede conditie is. Dit kan worden beoordeeld aan de hand van een CTG (hartfilmpje) van de baby. CTG staat voor CardioTocoGrafie. Bij een CTG wordt de hartslag van je kindje minimaal een half uur lang geregistreerd. Zo krijgen we een betere indruk hoe het met die kleine gaat. We geven meer uitleg over het CTG in onze cursus.
- De baby groeit onvoldoende. De baby krijgt alles dat hij of zij nodig heeft via de placenta. Wanneer deze minder goed functioneert kan de groei gaan achterlopen. De baby kan dan minder gaan bewegen om energie te sparen. Alle energie gaat dan naar het groeien. De groei kan echoscopisch worden beoordeeld. Hierbij is het vooral belangrijk om te beoordelen of je baby op de eigen groeicurve is doorgegroeid. Ook kan de doorstroming van enkele bloedvaten worden gecontroleerd. Hierbij wordt de weerstand van de navelstreng en van de middelste hersenslagader gemeten. Wanneer de placenta onvoldoende functioneert zal de weerstand in de navelstreng hoger worden, terwijl de weerstand van de hersenslagader juist lager wordt. Er is dan een mechanisme in werking waardoor de belangrijkste organen van de baby voorrang krijgen. Dit mechanisme wordt ook wel brainsparing genoemd. Dit onderzoek wordt in de meeste ziekenhuizen alleen op indicatie gedaan, bijvoorbeeld bij een groeiachterstand van de baby.
- Er is te weinig vruchtwater, ook wel oligohydramnion genoemd. Hierdoor heeft de baby simpelweg minder bewegingsvrijheid. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn als de baby al volgroeid is. Toch is het van belang om te beoordelen of er voldoende vruchtwater is, omdat een tekort aan vruchtwater kan wijzen op een minder goed functionerende placenta. Je verloskundige of arts kan dit eenvoudig vaststellen aan de hand van een echo.
- Er is een teveel aan vruchtwater (ook wel polyhydramnion genoemd). Hierbij kan de baby juist volop bewegen. Toch kan je, bij een wezenlijk teveel aan vruchtwater, minder bewegingen voelen. Dit komt doordat de baby dan de wand van de baarmoeder niet altijd raakt. Ook dit is eenvoudig vast te stellen tijdens een echo.
- Wanneer je medicijnen, alcohol of drugs gebruikt, kan dit de bewegingen van je kindje verminderen. De baby kan rustiger of trager zijn wanneer je bijvoorbeeld pijnstillers met morfine of kalmerende middelen gebruikt. Tevens kan roken en alcohol drinken de bewegingen van je kindje beïnvloeden.
- Harde buiken of weeënactiviteit. Wanneer je baarmoeder is samengetrokken is deze spier behoorlijk hard. Je baby zit veilig beschermd door het vruchtwater en kan gewoon bewegen. Je zal de bewegingen er alleen niet allemaal doorheen voelen. Ook ben je, afhankelijk van de pijn, soms minder met je aandacht bij het leven voelen.
Wat kan je doen?
Wanneer je gedurende 12-24 uur je baby minder voelt bewegen dan je gewend bent dan is dit reden voor actie. Het leven voelen van de baby is thuis namelijk je enige houvast om te weten of alles goed gaat. Ben je heel druk geweest en heb je harde buiken? Neem in dat geval de tijd om even met je volle aandacht bij de kindsbewegingen te zijn. Het helpt om hierbij een ontspannen houding aan te nemen. Je kan de bewegingen het beste voelen wanneer je ligt. Op je linkerzij is je bloedsomloop het meest effectief en kan je met je zwangere buik tevens vaak het meest ontspannen liggen. Een andere optie is een warme douche of bad. Je mag je buik best een beetje stimuleren om reactie uit te lokken. Wanneer je na een uur ontspanning en focus op de bewegingen je kindje nog niet hebt voelen bewegen of wanneer je ongerust bent, neem dan contact op met je verloskundige of arts. Wacht niet tot de volgende dag.
Wanneer je verloskundige of arts het nodig acht zullen er extra controles worden ingezet. Ben je bij een verloskundigenpraktijk onder controle dan word je hiervoor naar het ziekenhuis verwezen. Wanneer alles goed is mag je weer naar huis en kunnen de vervolgafspraken volgens plan blijven doorgaan. Soms wordt een extra controlemoment toegevoegd. Realiseer je dat een verloskundige of arts je bij twijfel niet naar huis zal laten gaan. Wanneer je de deur uitloopt, kun je dus gerust zijn. Wel is het een momentopname. In de toekomst kijken kan helaas niemand. Twijfel je later opnieuw (ook al is het kort erna), neem dan opnieuw contact op.
Let op: dit zijn algemene adviezen. Wanneer je verloskundige of arts extra adviezen heeft gegeven over het leven voelen van je baby, houdt je dan aan die adviezen. Dit kan namelijk worden aangescherpt, afhankelijk van de risico’s die horen bij jouw zwangerschap.
Kan het kwaad?
Het letten op kindsbewegingen is belangrijk. Zolang de placenta goed functioneert zal je kindje goed bewegen; hij of zij voelt zich goed in je buik. Momenten van minder leven voelen komen vaak voor en blijken gelukkig vrijwel altijd vals alarm. Máár, als de placenta niet goed werkt, zullen de bewegingen van je baby afnemen of uitblijven. Je kindje bespaart op deze manier energie. Door aan de bel te trekken bij alarmsignalen merk je eventuele problemen op en kunnen nare dingen hopelijk worden voorkomen en kan de zorg waar nodig worden uitgebreid.