Blunder
Oke! Met de billen bloot. Blunders zijn gênant, maar gelukkig achteraf ook vaak hilarisch. Dus let’s go:
Het is intussen pakweg een jaartje geleden dat ik voor een stel mocht zorgen tijdens de bevalling van hun eerste kind. De bevalling begon net wat door te zetten toen mijn dienst begon. Er was nog tijd om te kletsen tussen de weeën door en tja: ik ben vrolijk waar het kan en serieus waar het moet, dus met dat kletsen zit het wel goed. De vrouw en haar man kwamen niet uit Nederland, maar spraken vloeiend Engels tegen me en (in mijn bijzijn) ook met elkaar. Even later ga ik weer even bij andere mensen kijken en we spreken af dat we elkaar over een uurtje weer zien en dat ze me bellen als het eerder gewenst is.
De dag gaat voort en zo ook de bevalling. We komen door verschillende fasen en daarmee verandert ook mijn rol. Na een vlot beloop kan de vrouw beginnen met persen! Ik moedig haar aan en betrek ook de partner weer in deze fase. Persoonlijk speek ik mensen eigenlijk altijd aan met hun voornaam. Misschien is dat niet altijd gangbaar in het ziekenhuis, maar dit voelt gewoon beter als je het mij vraagt. Het is zo’n intiem moment dat je mag delen met mensen, dat het voor mij te afstandelijk voelt om mevrouw X of meneer Y te zeggen. Maar ik moet bekennen: ik ben zó slecht in het onthouden van namen! Echt erg is dat. En het feit dat we elke dienst nieuwe mensen ontmoeten en dan ook nog tussen de kamers wisselen helpt daar natuurlijk niet aan mee. Nou hangt er bij ons op de verloskamers een whiteboard, waar we een aantal vaste dingen op noteren. Onder andere dus de namen van de aanstaande ouders en ook de namen van de betrokken hulpverleners. Als de baby straks geboren is komt hierop ook de naam van de baby, met het gewicht, de lengte, etc. Voor mensen zoals ik is zo’n bord dus best wel eens handig om op te spieken als even niet op iemands naam kan komen.
Maar goed, even terug naar die betreffende bevalling. Het persen gaat prima! Tussen twee persweeën door kijk ik even naar het whiteboard. De achternaam van de baby staat er al, met daarvoor 5 puntjes. Ik vraag ze nieuwsgierig of het aantal puntjes klopt met de naam die ze hebben gekozen en sta zo een beetje te fantaseren over wat het voor naam zou kunnen zijn. Ik richt mijn blik op de namen van de ouders, om te kijken welke naam ik zelf mooi zou vinden passen. Ik kijk… Ik kijk nog eens… Patrick? Bij de naam van de aanstaande vader staat ‘Patrick’?! Ik noem de aanstaande vader als de hele dag Cherrie. Althans… Ik dacht dat hij zo heette, aangezien de vrouw hem steeds zo noemde… Er flitst van alles door mijn hoofd en ineens besef ik het…! Deze mensen zijn Frans! Het was geen Cherrie: het was Chéri wat de vrouw steeds tegen haar partner zei. En wat IK dus ook steeds tegen hem zei! Chéri, als in ‘mon chéri’, mijn kersje, mijn liefje. Nou, mijn hoofd was zo rood als een kersje, dat zeg ik je! Gelukkig hebben we er met elkaar heel hard om kunnen lachen! En dan komt er weer een volgende perswee. Terug naar mijn professionele ik. Een soort van…